Observaties in de volkstuin
De (vertaalde) tekst "Observaties in de volkstuin" komt uit het eerste boek van Mel Bartholomew. Het geeft heel goed weer waarom Mel aan de slag ging om een makkelijkere, efficientere en leukere manier te bedenken om te tuinieren. Ik vond het leuk om te lezen en wil het graag met jullie delen...
Mel's verhaal:
Hoe demotiverend en inefficiënt traditioneel tuinieren is begreep ik pas goed toen ik de leiding over een complex volktuintjes kreeg. Onze vereniging had een stuk land bewerkt (omgeploegd en bemest) en in kleine kavels verdeeld. Liefhebbers konden zo'n tuintje huren om er groenten en fruit op te verbouwen. Er was veel belangstelling voor en in een mum van tijd hadden we de beschikbare stukjes grond verhuurd. Waarschijnlijk zijn mijn observaties heel herkenbaar: Op de eerste zonnige zaterdag in de lente kwamen de huurders in grote getale opdagen. Onder invloed van de lentekriebels werd er druk gespit, geharkt, gezaaid en geplant. Wat een nijverheid! Het deed me eerlijk gezegd denken aan een pas verstoord mierennest; overal mensen, druk in de weer, af en aan lopend, hurkend, zittend, gebogen, pratend, rondrennende kinderen, veel gelach en geschreeuw: iedereen had het reuze naar de zin! We keerden terug naar de boezem van moeder Aarde en genoten van elke minuut. We maakten rijtjes voor de planten, groeven greppeltjes, plaatsten bonenstaken en zakje na zakje zaad werd uitgestrooid over de vruchtbare, vochtige aarde. Onze gedachten sloegen op hol bij de visioenen van al die prachtige, heerlijke groenten die we spoedig zouden oogsten. Tegen de tijd dat iedereen weer naar huis was en ik het terrein afsloot bood het terrein me de aanblik van een slagveld: de grond van onze zorgvuldig gespitte en uitgelegde tuin was overdekt met de sporen van voetstappen, vergeten tuingereedschap en de gebruikelijke rommel. Maar iedereen ging tevreden naar huis. Sommige tuinders (de kleintjes) natuurlijk bleven iets langer dan ze gewild hadden; je weet hoe ongeduldig kinderen zijn: "Wanneer komen de zaadjes uit?", "Wanneer gaan we naar huis?", "Ik ben moe.", "Ik moet naar de WC.", "Ik heb dorst", "Mag ik een ijsje?", "Wanneer gaan we nu naar huis?". Niettemin hadden we het allemaal erg naar onze zin en konden niet wachten tot de volgende week! Helaas, de volgende week was het regenachtig en koud. Niet veel van ons kwamen opdagen. Gelukkig werd het al snel weer mooier. De zaterdag erop waren we weer voltallig. Deze keer bleven de meeste echter niet zo lang en er waren veel minder kinderen. De week daarop herstelde het enthousiasme zich omdat de meeste zaadjes ontkiemd waren en prachtige rijtjes jonge frisgroene blaadjes zichtbaar waren op alle stukjes grond. Sommige mensen begonnen met het uitdunnen en verspenen, anderen hielden het bij het sprakeloos bewonderen van al dat prachtige groen. Helaas kwam er ook een hoop groen tussen de rijtjes tevoorschijn. Dus sommigen van ons begonnen met wieden, anderen waren te druk met het planten van de zaailingen die ze bij het tuincentrum hadden gekocht. In de volgende week werd de vaste kern van de groep al zichtbaar. Oh, iedereen kwam door de week wel af en toe langs, maar je kon al wel zien welke tuintjes zouden floreren en welke niet. Sommige deelnemers hadden me al gebeld dat ze zouden verhuizen, iets anders te doen hadden op de zaterdagen, of last hadden gekregen van hun rug. Maar dat was geen probleem: we hadden genoeg liefhebbers op de wachtlijst. Van de 100 tuinders die begonnen vielen er de eerste 2 maanden al 20 af. Tegen die tijd werden de temperaturen steeds hoger en groeide alles als kool. Inclusief het onkruid! Iedereen had moeite om bij te blijven met het wieden, water geven en uitdunnen. Het was moeilijk tijd te vinden om alles te doen en meestal kwam het uitdunnen van de zaailingen op de laatste plaats. Tegen de tijd dat we eraan toe kwamen verdrongen de plantjes elkaar in de rijtjes, sprieterig uitgegroeid en de wortels verstrengeld met die van hun naasten. Niemand viel over te halen om je overbodige sla of koolplantjes over te nemen, iedereen had er al zo veel! Omdat we het moeilijk vonden om de weelderige groene rijtjes uit te dunnen en de jongen zaailingen om zeep te helpen lieten de meeste van ons de rijtjes maar ongemoeid. We hadden immers nog zoveel andere dingen te doen: het planten van tomaten, onkruid wieden, steunstokken plaatsen en courgettes en pompoenen zaaien. Het uitdunnen van de sla en koolplantjes moest maar wachten tot de volgende week! In de vroege zomer hielden allen nog de meest serieuze en toegewijde tuinders hun tuintje op orde. De anderen hadden een paar zielige kropjes sla en uitgegroeide radijzen geoogst. De meeste van mijn medetuinders hadden - vóór ik ze kon tegenhouden - een heel zakje radijszaad gestrooid in een rijtje van 2 meter. Dat is meer dan 400 radijsjes! Ze waren daardoor zo dicht opeen gezaaid dat de meeste niet groter werden dan een lang, mager worteltje. Maar sommige van hen groeiden ondanks de overbevolking uit tot mooie grote golfballen voor ze werden geoogst. De ongeoogste radijzen groeiden door en al snel zagen we mooie witte bloemen boven de rijtjes uittorenen. De zomer bracht tomaten. Wat zouden we een fantastische oogst binnenhalen! Iedereen plantte tomaten. Op 98 van de 100 tuintjes stonden tomaten. Dé favoriete groenten van Amerika! Je had het assortiment van steunmateriaal moeten zien. Het was een komische tragedie. Het komische deel (de tragiek kwam pas later) was te aanschouwen hoe de creatievelingen onder ons hun tomaten opbonden met een armetierig assortiment van oude hengels, gordijnrails, luxaflexlamellen, etc. Anderen gingen juist in tegenovergestelde richting en bouwden de meest fantastische steunconstructies die je maar kunt voorstellen. Eén ervan was gemaakt van lange bamboepalen die bijeen gebonden waren tot een massief en complex bouwwerk. Maar helaas, hoe vreemd of uitbundig de constructies ook waren, de tomaten bleven ze overgroeien. Ik herinner me vooral een perceel dat in z'n geheel was beplant met tomaten; genoeg planten voor een halve hectare, samengepropt op een klein volkstuintje. De eigenaars verheugden zich op de oogst in de vorm van sauzen, soep, sap, verse en gedroogde tomaten. Maar in augustus konden ze hun tuin niet eens meer betreden, laat staan de planten opbinden. Op een zaterdag sprak ik met hen nadat ze anderhalve kuip tomaten hadden geplukt en zich afvroegen wat ze er in hemelsnaam mee zouden doen. Tegen die tijd zat ieder van ons in hetzelfde schuitje. We hadden zo veel oogst dat we ons bijna schaamden, geen idee wat we ermee moesten. Gelukkig gold dat voor de meeste van ons maar een paar weken per jaar. De natuur helpt ons daarbij een handje. Net op het moment dat je zo omkomt in de courgettes dat je niet-tuinierende buren achter de bank duiken op het moment dat je de straat in komt, komt de boorkever langs en is het met je planten gedaan. Andere jaren, als je niet genoeg komkommers kan eten om de aangroei bij te houden, is het één nacht te koud en heb je de volgende dag geen plant meer over. De lentegroentes hebben de gewoonte om allemaal tegelijk door te schieten. Net wanneer je je mooie rijtjes slakropjes staat te bewonderen schieten ze de week daarop allemaal door om te gaan bloeien. Als dat je overkomt neem je je wederom voor om het jaar daarop eerder te oogsten, vóór ze volgroeid zijn. Iedere tuinexpert benadrukt de noodzaak om je zaailingen uit te dunnen. Zaailingen zijn een heerlijke toevoeging in de sla en het dunnen is noodzakelijk om de overige plantjes de ruimte te geven om uit te groeien. Helaas wordt dat advies zelden ter harte genomen. De meest tuinders dunnen niet voordat de plantjes te groot zijn. Daardoor kan de aanplant zich niet volledig ontwikkelen. Het is ook makkelijker gezegd dan gedaan. Het is heel moeilijk - zo niet onmogelijk - om halfvolgroeide groentes te plukken. Het druist in tegen onze natuur. We zijn allemaal groot gebracht met het idee hoe groter hoe beter. En hoe juist het ook mag zijn, het lukt ons niet. Eerst dacht ik dat de ervaringen van ons volkstuincomplex uniek waren. Maar toen ik rondkeek bleken andere tuinen in ongeveer dezelfde staat te verkeren. Overbeplanting en niet of nauwelijks uitdunnen bleek een universeel probleem. Onnodig te zeggen dat onze volkstuin in september een complete puinhoop was, overgroeid met onkruid en doorgeschoten planten. Minder dan de helft van de tuintjes werd bijgehouden. Oh, de meeste van ons kwamen af en toe wel langs om wat rijpe (meestal overrijpe) groenten te oogsten maar het aantal toegewijde tuinders was afgenomen tot ongeveer 30 van de oorspronkelijke 100. De herfst deed z'n intrede: met hevige regen en storm. De tomaten waaiden om, de paprika's en aubergines legden het loodje. Wat een troep! Gebroken plantensteunen, omgewaaide constructies, geknakte plantenstengels. Het was zo ontmoedigend dat er vanaf dat moment nog maar 20 doorzetters overbleven. Vastberaden om vol te houden. Maar tegen de tijd dat de scholen weer begonnen werd iedereen weer in beslag genomen door ouderavonden, feestjes in het weekend, voetbalwedstrijden op TV, bladeren harken en alle andere activiteiten die ons drukke leven bezetten. Op een van onze zaterdagochtend bijeenkomsten op ons tuincomplex kwamen welgeteld 7 mensen opdagen. 7! Terwijl we in de lente meer dan 150 deelnemers hadden! Dat was de druppel voor mij. Als zo veel mensen met tuinieren wilden beginnen terwijl minder dan 5% van hen het hele seizoen volbracht dan was er iets mis. Na nog een jaar gelijksoortige ervaringen was ik ervan overtuigd dat er een betere manier moest zijn. Vragen kwamen bovendrijven: Waarom planten we een heel zakje zaad op hetzelfde moment om daarna de meeste plantjes uit te moeten dunnen? Waarom is de onderlinge afstand van de plantjes in de rij 5, 10, 15 en 30 cm. terwijl de rijtjes 60 tot 90 cm. uit elkaar moeten liggen? Waarom zaaien we zo dik dat we überhaupt moeten dunnen? Waarom spitten en harken we onze grond zo dat hij mooi los en rul is terwijl we er later weer overheen lopen en ons werk teniet doen? Waarom laten we onze tomaten, courgettes, meloenen en pompoenen zo uitgroeien dat ze ontzettend veel land innemen, land wat allemaal gecultiveerd, bemest, bewaterd en gewied moet worden? Het antwoord op al die vragen was steeds hetzelfde: omdat we het altijd zo gedaan hebben. Na een jaar vol onderzoek, overwegingen en experimenten ontwikkelde ik Square Foot Gardening (Vierkant Tuinieren): een makkelijke, eenvoudig te leren methode, die het hele jaar door grote opbrengsten levert met weinig inspanning en die gegarandeerd werkt voor zowel beginners als ervaren tuiniers. Vierkant tuinieren zorgt voor plezier in tuinieren; je bent lekker buiten bezig - je handen in de aarde - met als resultaat alles wat je wilt eten, zonder een hoop kosten en moeite. Met Vierkant Tuinieren bespaar je minstens 80% van de ruimte, tijd en kosten die je normaal nodig hebt voor een moestuin terwijl je tegelijkertijd beter en meer oogst met minder werk. Uitdunnen en verspenen is overbodig, het wieden van onkruid is minimaal - net als water geven - en dat alles op een vijfde van de oppervlakte die je normaal voor dezelfde opbrengst zou gebruiken. Bovendien heb je geen duur gereedschap of constructiemateriaal nodig. Klinkt het te mooi om waar te zijn? Als je met Vierkant Tuinieren begint zul je ontdekken dat het alleen maar heel logisch is en vraag je je af waarom je daar zelf niet op bent gekomen.....
Terug van Observaties in de volkstuin naar Square Foot Gardening.
Terug van Observaties in de volkstuin naar Home.

|